Laatste update 01/04/2026 door Johan
Wie voor het eerst over de Groninger stuwwallen wandelt, merkt het misschien niet meteen. De hoogteverschillen zijn subtiel, bijna verlegen. Toch vertellen ze een verhaal dat teruggaat tot de voorlaatste ijstijd, het Saalien, zo’n 150.000 jaar geleden. Gigantische ijsmassa’s schoven toen langzaam vanuit Scandinavië richting het huidige Nederland. Waar het ijs stokte, werd de ondergrond opgestuwd tot lage ruggen: de stuwwallen.
In Groningen zijn deze ruggen minder uitgesproken dan in bijvoorbeeld de Veluwe, maar ze zijn er wel degelijk. Ze vormen een mozaïek van oude dekzandruggen, keileemkoppen en zacht glooiende heuvels die het landschap een onverwachte dynamiek geven. Tijdens mijn laatste bezoek viel me het verschil op tussen keileem en het zand ernaast. Het is zo’n detail dat je pas ziet als je er even blijft staan.
Welke gebieden horen bij de Groninger stuwwallen?
De term Groninger stuwwallen wordt gebruikt voor een reeks reliëfgebieden in het oosten en noordoosten van de provincie. De belangrijkste gebieden die hieronder vallen zijn:
- Het Hondsruggebied (zuidelijk deel binnen Groningen)
- Het gebied rond Westerwolde
- De stuwwal bij Onnen en Glimmen
- De keileemruggen bij Slochteren
- De hogere zandkoppen rond Noordlaren en Midlaren
- De oude ruggen in het gebied tussen Zuidlaren en de provinciegrens
Hoewel sommige delen officieel tot Drenthe behoren, loopt het geologische systeem naadloos door in Groningen. De provinciegrens volgt immers geen natuurlijke lijnen. Wie de stuwwallen wil begrijpen, moet het hele systeem zien: een langgerekte, door ijs gevormde ruggengraat die het landschap structureert.
De Hondsrug in Groningen
Het bekendste deel van de Groninger stuwwallen is het noordelijke uiteinde van de Hondsrug. Hier zie je nog duidelijk de langgerekte vorm die zo kenmerkend is voor dit UNESCO Global Geopark. De rug loopt door tot in de stad Groningen, waar de Hereweg letterlijk over de oude ijstijdheuvels slingert. Als je er loopt, voel je bijna hoe oud de ondergrond is.
Westerwolde: een onverwacht reliëf
Westerwolde wordt vaak gezien als een apart landschap, maar geologisch hoort het bij dezelfde opstuwing. De Ruiten Aa slingert door een licht golvend gebied dat door de ijstijd werd gevormd. De hoogteverschillen zijn klein, maar ze bepalen wel waar water stroomt, waar dorpen ontstonden en waar de natuur zich kon ontwikkelen.

Hoewel De Tjamme vaak vooral bekendstaat als een rustig natuurgebied in het oosten van Groningen, maakt het landschappelijk gezien deel uit van hetzelfde oude stuwwalsysteem dat Westerwolde en de omliggende ruggen vormde. Je merkt het niet meteen, want de hoogteverschillen zijn hier subtieler dan elders, maar wie goed kijkt ziet hoe de bodem langzaam oploopt en weer afvlakt. Tijdens een wandeling door het gebied viel me op hoe de paden soms onverwacht droog en zanderig worden, een stille aanwijzing dat je over een oude opduwing van keileem en dekzand loopt. De Tjamme ligt precies op zo’n overgangszone: een plek waar de ijstijd het landschap net genoeg heeft opgetild om het water anders te laten stromen. Daardoor ontstonden kleine natte laagten naast drogere ruggen, een variatie die vandaag de dag zorgt voor een verrassend rijke natuur.
Onnen en Glimmen: keileem en oude bossen
Tussen Onnen en Glimmen ligt een van de meest herkenbare keileemkoppen van Groningen. Staatsbosbeheer beheert hier oude bossen waar de bodem soms zo hard is dat regenwater nauwelijks wegzakt. Tijdens een wandeling hoorde ik een wandelaar mompelen dat de grond “bijna beton” leek. Dat is precies wat keileem doet: het is een mengsel van zand, grind en leem dat door het ijs is samengeperst.
Slochteren en de noordelijke ruggen
Rond Slochteren liggen lage ruggen die je vooral op hoogtekaarten goed ziet. In het veld merk je ze als lichte verhogingen waar boerderijen op staan. Niet toevallig: hogere grond was vroeger droger en dus veiliger. De stuwwallen bepaalden hier eeuwenlang waar mensen konden wonen.
Flora en fauna op de Groninger stuwwallen
De variatie in bodemsoorten zorgt voor een verrassend rijke natuur. Op zandkoppen groeien droge heideplanten, terwijl keileemgebieden juist vocht vasthouden en bijzondere moerasvegetatie kunnen herbergen. In Westerwolde zag ik eens een ijsvogel langs de Ruiten Aa scheren, een felblauwe flits die je dag meteen goed maakt.
Toeristische wetenswaardigheden
De Groninger stuwwallen zijn geen massatoeristische bestemming, en dat is misschien wel hun grootste charme. Je kunt er uren wandelen zonder iemand tegen te komen. En toch zijn er volop plekken die een bezoek waard zijn:
- Het Noordlaarderbos en het Laarwoud bij Zuidlaren
- De oude esdorpen van Westerwolde
- Het Haren–Glimmen gebied met zijn oude landgoederen
- De Ruiten Aa met zijn kronkelende beekdal
- De Hondsrugroute die doorloopt tot in Groningen
Veel bezoekers kiezen voor de bekende hotspots, maar juist de stille plekken laten het landschap spreken. Soms hoor je alleen de wind door de dennen en het zachte knarsen van zand onder je schoenen.
Praktische tips voor bezoekers
De stuwwallen zijn het mooist te voet of op de fiets. Hoogteverschillen zijn klein, maar genoeg om het landschap afwisselend te maken. Een goede kaart of GPS‑app is handig, want sommige paden zijn nauwelijks gemarkeerd.
Waarom de Groninger stuwwallen zo bijzonder zijn
Wat mij telkens weer raakt, is hoe subtiel dit landschap is. Het schreeuwt niet om aandacht, maar fluistert zijn geschiedenis. Je moet er even de tijd voor nemen, maar dan zie je hoe de ijstijd nog altijd aanwezig is in elke bocht van een beek, elke verhoging in een akker en elke oude es die net iets hoger ligt dan de rest.
Bronnen
- Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed – https://cultureelerfgoed.nl
- TNO – Geologische Dienst Nederland – https://www.geologischedienst.nl
- Provincie Groningen – https://www.provinciegroningen.nl
- Staatsbosbeheer – https://www.staatsbosbeheer.nl
- PDOK – Publieke Dienstverlening Op de Kaart – https://www.pdok.nl
- WUR / Alterra – https://www.wur.nl
- OBN Natuurkennis – https://www.natuurkennis.nl