Laatste update 23/12/2025 door Johan
De Sint‑Nicolaaskerk in Dwingeloo is een van de meest opvallende kerken van Drenthe. De kerk staat midden op de Brink en valt direct op door de uivormige torenspits die boven de bomen uitsteekt. Deze karakteristieke spits wordt in het dorp “de Siepel” genoemd, een verwijzing naar het Drentse woord voor ui. De kerk is een rijksmonument en vormt al eeuwenlang het middelpunt van het dorp. De toren heeft zelfs een eigen monumentnummer, wat de bijzondere waarde van het bouwwerk onderstreept. De kerk wordt nog steeds gebruikt voor diensten, concerten en rondleidingen, waardoor het gebouw een levendige plek blijft in het dorpsleven.
Ontstaan en ontwikkeling door de eeuwen heen
De kerk dateert uit de vijftiende eeuw en is gebouwd op oudere fundamenten die teruggaan tot de twaalfde of dertiende eeuw. De bouw vond plaats in verschillende fases, wat goed te zien is aan de variatie in metselwerk en vormgeving. Het gebouw bestaat uit een ruim schip, een smaller koor met een driezijdige afsluiting en een kapel aan de noordzijde. Het koor en de kapel hebben een stenen gewelf dat tijdens de restauratie van de jaren twintig opnieuw is aangebracht. De kerk kreeg toen ook nieuwe venstertraceringen die aansluiten bij de gotische stijl van het oorspronkelijke ontwerp.
De westelijke travee van het schip heeft aan beide zijden een korfbogig poortje dat in een spitse nis is geplaatst. De omlijsting loopt rechthoekig om de nis heen en geeft het geheel een rustige uitstraling. De muren zijn na de brand van 1923 niet opnieuw gepleisterd, waardoor het interieur een sobere sfeer heeft. De bankenblokken versterken dat gevoel, omdat ze het licht in de ruimte breken en de aandacht naar het koor trekken.
De Siepeltoren als symbool van Dwingeloo
De toren van de kerk behoort tot een bekend Drents type dat ook in plaatsen als Beilen en Rolde voorkomt. De toren heeft aan elke zijde een hoge spitsboognis, maar onderscheidt zich door de gesloten onderbouw. Alleen aan de westzijde bevindt zich een ingang. De huidige uivormige spits is aangebracht na de grote brand van 1923. De eerdere spits was ranker en werd in de zeventiende eeuw gebouwd. De vorm van de nieuwe spits sluit aan bij de traditie van peervormige torens die rond 1500 in de regio populair werden. Deze torens hadden vaak open ornamenten die later werden dichtgezet. De Siepel van Dwingeloo is een herkenbaar voorbeeld van deze bouwstijl en is uitgegroeid tot een symbool van het dorp.
De grote brand van 1923
Op 13 augustus 1923 werd Dwingeloo getroffen door een zware dorpsbrand. De brand ontstond vermoedelijk in een pothok naast een boerderij en verspreidde zich snel door de harde wind. De kerk werd volledig verwoest, net als meerdere boerderijen en een synagoge. Alleen de muren van de kerk bleven overeind. De schade was zo groot dat een volledige restauratie noodzakelijk was. De wederopbouw vond plaats tussen 1923 en 1925 onder leiding van architect J. Boelens. Tijdens deze restauratie werd het interieur opnieuw vormgegeven en kreeg de kerk de huidige torenspits. Het muurwerk werd niet opnieuw gepleisterd, wat destijds een moderne keuze was en nu een kenmerkend onderdeel van het interieur vormt.
Interieur met historische details
Het interieur van de kerk is na de brand opnieuw ingericht. Het schip kreeg een houten tongewelf met een beschilderde rand die kleur toevoegt aan de ruimte. De eikenhouten preekstoel toont vijf bijbelse scènes in eenvoudig snijwerk. De voorstellingen tonen de Zondeval, het offer van Isaäk, de aankondiging aan de herders, de kruisiging en de opstanding. Deze afbeeldingen geven een beeld van de religieuze thema’s die in de kerk centraal stonden.
Onder de vensters bevinden zich grote korfbogige nissen die het interieur ritme geven. In de noordmuur van het koor zit een gedichte sacramentsnis, terwijl een nis in de noordoostmuur van het schip waarschijnlijk een liturgische functie had. De ribben van het koorgewelf rusten op gebeeldhouwde kraagstenen met verschillende koppen. Deze details laten zien hoe ambachtslieden in de middeleeuwen aandacht besteedden aan zowel symboliek als vakmanschap.
Tijdens de restauratie werden de fundamenten gevonden van een aanbouw ten oosten van de kapel. Deze ruimte was waarschijnlijk de vroegere sacristie. De kapel aan de noordzijde was eeuwenlang eigendom van de bewoners van het huis Batinghe. Tot 1923 had de kapel een eigen ingang. In de Franse tijd zijn veel herinneringen aan adellijke families verwijderd, waaronder grafzerken en ornamenten. Enkele zerken zijn later teruggevonden op boerderijen in de omgeving.
Het verhaal van de juffer van Batinghe
Voor de kerk staat een beeld dat verwijst naar een verhaal dat door J. Poortman is geschreven. Het verhaal gaat over de juffer van Batinghe, die dagelijks langs de bouwplaats van de kerk reed. Ze glimlachte naar de bouwmeester, waardoor hij zijn werk niet meer kon voltooien. De Drost van Drenthe sprak met haar vader, de heer van de havezate Batinghe, en vroeg om een oplossing. De juffer werd weggestuurd, maar voordat ze vertrok, zag ze in het maanlicht een beeld van de toekomstige torenspits. Ze vertelde dit aan de bouwmeester, die diezelfde avond zijn ontwerp afrondde. De Drost keurde het ontwerp goed, ook al was het ongebruikelijk voor Drenthe. Toen de juffer terugkeerde voor de wijding, zegende de Drost het jonge paar dat volgens het verhaal verantwoordelijk was voor het ontwerp van de toren. Het verhaal is verzonnen, maar het beeld staat symbool voor de band tussen de kerk en de familie Batinghe.
De invloed van de familie Batinghe
De familie Batinghe speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van de kerk. Ze hadden het recht om de predikant te benoemen en mochten ook de kerkvoogden en de schoolmeester aanstellen. Rutger van den Boetzelaer, die tussen 1622 en 1668 op het huis Batinghe woonde, schonk de kerk een zilveren avondmaalsbeker en een orgel met beschilderde panelen. Deze panelen werden later verwijderd, maar in 1998 bracht de familie ze terug naar de kerk. Na restauratie zijn ze opnieuw te zien. De toren onder de Siepel werd lange tijd gebruikt als gevangenis. Hier werden zwervers, bedelaars en mensen die op marktdagen te veel hadden gedronken opgesloten. In 1882 kregen gevangenen een ijzeren beugel met slot om ontsnapping te voorkomen.
Klokken en tijdmeting
De kerkklokken speelden een belangrijke rol in het dorpsleven. De klokken uit 1444 en 1449 werden tijdens de brand van 1923 zwaar beschadigd en moesten worden vervangen. Tijdens de Duitse bezetting zijn de klokken weggevoerd voor de oorlogsindustrie. De Van Wou‑klok werd na de oorlog teruggevonden en opnieuw in de toren geplaatst. In 1960 werden drie nieuwe klokken in de toren gehesen. De klokken hadden elk een eigen versiering en functie. Aan het geluid kon men horen of er een man, vrouw of kind was overleden. Aan de zuidmuur van de kerk hangt een zonnewijzer met de letters K en H, verwijzend naar tijd en zon. Deze zonnewijzer werd gebruikt om het uurwerk van de toren af te stellen.
Praktische informatie voor bezoekers
De kerk staat aan Brink 29 in Dwingeloo. De locatie is goed bereikbaar en ligt aan de rand van de historische Brink. De kerk is niet dagelijks geopend. De openingstijden verschillen per seizoen en activiteit. De kerk wordt gebruikt voor diensten, concerten en rondleidingen. Voor een bezoek buiten deze momenten is het verstandig om vooraf contact te zoeken met de Stichting die de kerk beheert (zie “bronnen”). Parkeren kan in de directe omgeving van de Brink. De dichtstbijzijnde bushalte ligt op korte loopafstand van de kerk, waardoor de locatie ook met het openbaar vervoer goed bereikbaar is.
Bronnen
De feitelijke informatie in dit artikel is gebaseerd op:
- Dr. Regn. Steensma, Langs de oude Drentse kerken (1977), Bosch & Keuning – Baarn.
- Drentse Courant, Serie kerken in Drenthe (2000/2001).
- Stichting Sint Nicolaas kerk Dwingeloo www.sintnicolaaskerk.nl
- Rijksmonumenten.nl Hervormde kerk (Sint-Nicolaaskerk) in dwingeloo (drenthe …
- Sint Nicolaaskerk – Dwingels Eigen
- RTV Drenthe Van brink naar brand: documentaire over verwoestende brand in Dwingeloo
