Carnaval is een van de meest kleurrijke feesten van Nederland. Het wordt vooral gevierd in Noord-Brabant, Limburg en delen van Gelderland. Tijdens deze dagen verandert niet alleen de sfeer in de steden, maar vaak ook de namen in carnavalsnamen. Dorpen en steden krijgen een carnavalsnaam die verwijst naar lokale geschiedenis, dialect of een typisch kenmerk. Dit gebruik benadrukt dat het gewone leven even plaatsmaakt voor een wereld vol humor, satire en saamhorigheid.
Oorsprong van de carnavalsnamen
De traditie van alternatieve plaatsnamen ontstond in de negentiende eeuw. ’s-Hertogenbosch werd toen tijdens carnaval omgedoopt tot Oeteldonk. De naam verwijst naar de kikker, in dialect “oetel”, en naar “donk”, een moerassige verhoging in het landschap. Het idee van een carnavalsnaam past bij de symboliek van carnaval: een tijdelijke omkering van de normale orde. Het gewone gezag maakt plaats voor een prins of raad van elf, en zelfs de stad krijgt een nieuwe identiteit.
Waarom een andere naam?
De carnavalsnaam heeft meerdere functies. Ze versterkt het lokale gevoel van trots, maakt duidelijk dat de stad tijdelijk in een andere rol verkeert en schept eenheid onder de inwoners. Voor bezoekers kan het verwarrend zijn om op een station “Welkom in Oeteldonk” te lezen terwijl ze eigenlijk in Den Bosch zijn. Toch hoort die verwarring bij de charme van het feest.
Bekende carnavalsnamen
Enkele steden hebben een naam die nationaal bekend is geworden. Eindhoven heet tijdens carnaval Lampegat, een verwijzing naar de gloeilampenindustrie van Philips. Tilburg wordt Kruikenstad, naar de kruiken waarin wol werd gewassen. Breda verandert in Kielegat, een knipoog naar het kielkledingstuk van arbeiders. Bergen op Zoom staat bekend als Krabbegat, Oss als Ossekoppenstad en Roosendaal als Tullepetaonestad, genoemd naar de kalkoen.
Minder bekende carnavalsnamen
Naast de grote steden hebben ook kleinere dorpen hun eigen carnavalsnaam. Aalst wordt Ballegat, Aarle-Rixtel heet Ganzegat en Achterveld verandert in Puupenkoppenland. In Achtmaal spreekt men van Goudpoeperslaand, terwijl Afferden in Gelderland Het Vergulde Vat wordt genoemd. Albergen heet Bökkenlaand en Alem Spreeuwendurp. Deze namen zijn vaak gebaseerd op dieren, streekproducten of oude bijnamen.
Regionale spreiding
Hoewel de traditie uit Noord-Brabant komt, hebben ook plaatsen in Limburg, Gelderland, Friesland en zelfs Flevoland een carnavalsnaam. In Almere heet men Moddergat, Lelystad wordt Knarregat en Assen Pitlo. In Friesland vinden we namen als Bokkedam voor Bakhuizen en Oksedorp voor Dronrijp. Zo is carnaval niet alleen een Brabants of Limburgs fenomeen, maar een feest dat zich verspreid heeft over heel Nederland.
Praktische informatie voor bezoekers
Wie tijdens carnaval een stad bezoekt, moet rekening houden met drukte en aangepaste routes. In ’s-Hertogenbosch (Oeteldonk) vindt de grote optocht plaats op de maandag van carnaval. Het centrum is dan afgesloten voor verkeer. Parkeren kan op transferia buiten de stad, vanwaar pendelbussen rijden. In Eindhoven (Lampegat) concentreert het feest zich rond het Stadhuisplein en Stratumseind. Tilburg (Kruikenstad) organiseert een uitgebreide optocht en diverse muziekpodia in de binnenstad.
Openbaar vervoer speelt een belangrijke rol. Extra treinen en bussen rijden naar de grote carnavalssteden. Kaartjes zijn vaak goedkoper in de vorm van dagkaarten. Voor toeristen is het handig om vooraf te kijken op de websites van NS en lokale vervoerders.
Meer informatie over het vieren van carnaval in 2026 vindt je in dit artikel.
Musea en uitstapjes
Naast carnaval zelf zijn er musea die de traditie belichten. In Oeteldonk is het Oeteldonks Gemintemuzejum te bezoeken, waar de geschiedenis van het feest wordt uitgelegd. In Bergen op Zoom is het Markiezenhof een aanrader, met tentoonstellingen over lokale cultuur. Deze musea zijn meestal geopend tijdens carnaval, al kunnen openingstijden aangepast zijn.
De betekenis van de carnavalsnamen
Elke carnavalsnaam vertelt een verhaal. Ze verwijzen naar industrie, dieren, dialect of folklore. Lampegat herinnert aan de technologische geschiedenis van Eindhoven, Kruikenstad aan de textielindustrie van Tilburg en Kielegat aan de arbeiderscultuur van Breda. Door deze namen blijft het lokale erfgoed levend en wordt het tijdens carnaval op een speelse manier gevierd.
Samenhang en beleving
De namen zijn niet los te zien van het feest zelf. Ze maken deel uit van een bredere traditie waarin rollen worden omgedraaid en humor de boventoon voert. Voor toeristen is het een unieke kans om een stad in een andere gedaante te leren kennen. Het is alsof men een parallelle wereld binnenstapt, waar de gewone regels tijdelijk niet gelden.
Conclusie
Carnavalsnamen zijn een essentieel onderdeel van de Nederlandse carnavalscultuur. Ze geven kleur aan het feest, versterken de lokale identiteit en maken duidelijk dat het gewone leven even plaatsmaakt voor een wereld van plezier en traditie. Voor bezoekers is het een bijzondere ervaring om een stad onder een andere naam te ontdekken en zo deel uit te maken van een eeuwenoude traditie.
Bronnen
- Historiek: Namen van Nederlandse steden en dorpen tijdens carnaval Historiek
- Optochtenkalender: Plaatsnamen met carnaval Optochtenkalender.nl